Deze website is deel van www.bruggelokaal.be.

De Camere, 589 jaar geschiedenis...

Om de geschiedenis van de Koninklijke Aloude Hoofdcamere vander Rhetorycken van den Heylichen Gheest zoals we die nu kennen goed te begrijpen moeten we ver, heel ver terug: tot in 1428.
In dat jaar werd de rederijkerskamer van de Heilige Geest opgericht. Volgens de overlevering bracht een wonderbaarlijk feit ten huize van Jan van Hulst de dertien heren van de toenmalige rederijkerskamer Het Penséken ertoe de naam van hun gilde te veranderen. “So is daar onvoorziens boven hunne hoofden een sichtbare duyve verschenen (ofte liever onder die gedaante God den H. Gheest) denwelken met glinsterende stralen geheel de plaatse verlight heeft ende gegeven een sichtbaar teken van syne goddelijke tegenwoordigheid.” De Camere vander Rhetorycken van den Heylichen Gheest was geboren.

De Heilige Geestkamer was de oudste rederijkerskamer en was ook hoofdkamer, wat inhield dat zij voorrang had op andere rederijkerskamers en ook enige rechterlijke bevoegdheid over deze kamers had. Zo moesten andere rederijkersgilden bijvoorbeeld toelating vragen aan de Heilige Geestkamer om toneelstukken op te voeren.

De activiteiten die de eerste Camere vander Rhetorycken van den Heylichen Gheest organiseerde waren van allerlei aard: zo verzorgde ze blijde inkomsten van vorstelijke personen (bijvoorbeeld die van Hertog Filips de Goede in Brugge in 1463), ze nam deel aan processies, speelde toneelstukken en verzorgde zelfs begrafenissen. Heel wat auteurs zoals Cornelis Everaert, Jan Lambrechts e.a. waren lid van de Heilige Geestkamer.

Aan het einde van de 18e eeuw kwam de Camere vander Rhetorycken van den Heylichen Gheest aan zijn einde. De Belgische provinciën werden door Frankrijk geannexeerd en alle vormen van vereniging werden verboden.

Een eeuw later gaat het verhaal verder. Op 12 maart 1897 werd in Brugge binnen de Gilde der Ambachten, die werkgevers en werknemers groepeerde, een toneelkring opgericht. Op 19 december van dat jaar werd de eerste toneelvoorstelling opgevoerd: het drama ‘Godefried en Roeland’, gevolgd door de klucht ‘Het lot van duist frank’. De toneelkring heette toen In Deugd en Vreugd. Er werden jaarlijks 1 tot 4 toneelavonden georganiseerd met meestal meerdere stukken per avond. Deze werden opgevoerd in het voormalige Gildehuis in de Oude Burg. In 1911 werd de zaal omgebouwd tot een nieuwe toneelzaal.

Tijdens de Eerste Wereldoorlog werden geen toneelstukken opgevoerd, wel vonden enkele kleine activiteiten in besloten kring plaats. Na de oorlog werd de kring opnieuw actief en in 1919 veranderde de naam in de Tooneelafdeeling van de Katholieke Werkliedenbond. In 1922 ging de toneelgroep korte tijd als het Christen Werkersverbond door het leven en op 12 augustus 1922 werd voor de naam Kunst na Arbeid gekozen. Er werd niet alleen in Brugge, maar ook veel in andere Vlaamse steden opgevoerd. Kunst na Arbeid kon op veel positieve commentaar rekenen en viel verschillende keren in de prijzen.

Tijdens de Duitse bezetting in de Tweede Wereldoorlog werden geen stukken opgevoerd, maar er vonden wel vergaderingen plaats. Vrijwel onmiddellijk na de bevrijding werd met de voorbereidingen voor het toneelseizoen 1944-1945 begonnen.

Een onvergetelijke datum in de geschiedenis van de toneelkring is 17 oktober 1954. Op die dag werd Kunst na Arbeid geproclameerd als de voortzetting van de Aloude Hoofdcamere vander Rhetorycken van den Heylichen Gheest. De voorzitter werd nu hoofdman en het bestuur werd nu waargenomen door de ‘Ere’ en de ‘Raad’. Na een geslaagde proeftijd van 5 jaar volgde de definitieve erkenning op 15 maart 1959. In 1960 vond voor de eerste keer het ‘Driekoningenfeest’ plaats naar eeuwenoude traditie.

Op 22 december 1967 ontving de rederijkerskamer de titel ‘Koninklijke Maatschappij'. De koninklijke onderscheiding was en is de bekroning voor het vele culturele werk dat door de toneelkring werd gepresteerd. De volledige naam van de kring luidt sinds 1967: Koninklijke Aloude Hoofdcamere vander Rhetorycken van den Heylichen Gheest.

 


 Blazoen van de Camere in keramiek door Jan Kellner (foto Jan Vernieuwe)

 

In 1975 werd de ‘Volkschouwburg’ in de Oude Burg gesloopt; daarmee verloor de Camere haar eigen toneelzaal. Sindsdien wordt in andere zalen in het Brugse opgetreden, zoals de stadsschouwburg, het cultureel centrum ‘De Dijk’, het ‘Sirkeltheater’ van het Sint-Franciscus-Xaveriusinstituut, theaterzaal 'De Biekorf', e.a.

Hoewel sinds de oprichting van In Deugd En Vreugd meer dan duizend voorstellingen van 316 verschillende theaterstukken werden gegeven, bleven de activiteiten niet daartoe beperkt. De kamer richtte ook tentoonstellingen in van o.a. religieuze kunstwerken, beeldhouwwerken, keramiek en archieven. Ook werden voordrachten georganiseerd over verschillende onderwerpen. De Camere verleende ook haar medewerking aan diverse processies (bv. het Heilig Bloedspel), praalstoeten (bv. de praalstoet van de Gouden Boom) en evenementen (bv. de driejaarlijkse Reiefeesten). Heel wat leden vertolkten ook figurantenrollen in verschillende films (bv. “Soldaat Johan”, “A dog of Flanders” en “De leeuw van Vlaanderen”) en in enkele series (bv. “Wittekerke” en “Aspe”).

 


 Geschiedenis tot leven gewekt. De Camere op de Reiefeesten, zomer 2008 (© Jürgen de Witte)

 

Voormalige hoofdmannen: Joseph Michielsens (1954-1964), Gaston De Pourcq (1964), Albert Dobbelaere (1964-1979), André Van den Bussche (1979-1990), Boudewijn Van Vlaenderen (1990-2000), Johan Willems (2000-2004) en Diederik Van Maele (2004-2008)
Voormalige princen van Ere: Gerard Neels (1954-1968), Marcel Vandewiele (1968-1990) en Patrick Moenaert (1990-2015)

Hoofdman: Peter De Becker (sinds 2008)
Prince van Ere: schepen Hilde Decleer (sinds 2015)

Bron: VAN DEN BUSSCHE, A., HOOFDCAMERE vander RHETORYCKEN van den HEYLICHEN GHEEST, Brugge 1428-1998, 1ste druk, Brugge, Koninklijke Aloude Hoofdcamere vander Rhetorycken van den Heylichen Gheest, lente 1999, 176 blz.